torre 31.12.2007

 

Home Page Image

 

2008 auvergne

bestemming
foto
dag 1 22.07
dag 2 23.07
dag 3 24.07
dag 4 25.07
dag 5 26.07
dag 6 27.07

Châtel-Guyon, Auvergne, Frankrijk

Auvergne
Châtel-Guyon
Splendid Resort

Home Page Image

Châtel-Guyon

Châtelguyon is een gemeente in het Franse departement Puy-de-Dôme (regio Auvergne) en telt 6121 inwoners (2005). De plaats maakt deel uit van het arrondissement Riom.
Gelegen in het hartje van het Massif Central.

Dit kuurstadje schuift met zijn bebouwing tegen de beboste uitlopers van een puy. De rivier de Sardon ontspringt vanuit circa dertig bronnen bij Châtelguyon. Enkele bronnen worden geëxploiteerd. Het hoge magnesiumpeil van het water was al bekend bij de Romeinen. Maar na hun vertrek lieten andere culturen de bronnen links liggen. Pas in de 17' eeuw kwam Châtelguyon weer in the picture. Rond de heuvel le Calvaire groeperen de de huizen van de oude kern zich. Op deze heuvel stond ooit het kasteel van graaf Guy II van Auvergne. Het is nog slecht in een paar stenen aanwezig. De magnesiumbronnen liggen in de moderne wijk. De Hall des Grands-Thermes is het brandpunt en geeft de roem van Châtelguyon tijdens de belle époque goed weer met zijn roodmarmeren zuilen en ruime galerijen. Ook de Bains Henry zijn ruim opgezet, alleen eenvoudiger. De Eglise Ste-Anne (Place de l'Orme) is verrijkt door de frescoschilder Greschny.
Er zijn boswandelingen te maken, onder meer door de Vallée de Sans-Souci (45 minuten vervolgens na de rivieroversteek over moeilijk begaanbaar pad in 30 minuten naar de watervallen). Deze zuidoostelijke vallei heeft een nog beminnelijker tegenhanger als u de staat noordelijk verlaat. De Vallée des Prades (anderhalf uur wandelpad) is een schaduwrijke erelaan in de bossen. In het eerste dal ligt het Chateau de Chazeron. Dieper het noordelijkste puntje van het Parc des Volcans in ligt Manzat (429 m) met een fraaie kerk en de Gour de Tazenat, een door heuvelflanken omgeven kratermeer. In tegenstelling tot andere meren in de omgevingbezit het een aangename temperatuur (in de zomer tot 28°) hetgeen het zwemgenot ten goede komt. Aan dit visrijke meer strekt zich een aantrekkelijk zandstrandje uit.

Auvergne

vakantiegenoegens

De Auvergne beslaat het oostelijk deel van het Centraal Massief, een granieten hoogvlakte die oprijst ten zuiden van het centrum van Frankrijk. De Auvergne werd onder andere door vulkaanuitbarstingen gevormd. Het is vooral een natuurgebied, met weiden, bergketens en oude vulkanen, kloofdalen, gletsjermeren en kratermeren. Grote stukken worden beschermd door de instelling van regionale natuurparken. Maar ook de liefhebben van kleine oude stadjes met prachtige romaanse kerken en kuurorden kan er aan zijn trekken komen.

De geïsoleerde ligging en de karige bestaansmogelijkheden leidden in het verleden tot een uittocht van de bevolking: er wonen meer Auvergnats in Parijs (600.000) dan in Auvergnes grootste stad, Clermont-Ferrand. De bevolkingsdichtheid is met 51 met km2 minder dan de helft van het Franse gemiddelde. De laatste decennia is het gebied beter ontsloten en heeft het toerisme het gebied ontdekt, en neemt het
aantal stedelingen die hier een tweede woning hebben toe.

Geologie
Het Centraal Massief is in het Paleozoïcum (600 tot 225 miljoen jaar gelden) ontstaan, het is daarmee veel ouder dan bijvoorbeeld de Alpen of de Jura. Door verwering en erosie sleet het af tot een hoogvlakte. In het Mesozoïcum (225 tot 65 miljoen jaar geleden) werd het afgesleten massief omringd door de opdringende oceaan en kreeg het een krans van kalksteenafzettingen. In het Tertiair (65 tot 2 miljoen jaar gelden) werden door het opdringend water opnieuw sedimenten afgezet, nu van leem, zandsteen en zand.

In het jongste tijdvak Quartair kreeg het gebied zijn huidige vorm. In het gebied van het huidige Auvergne ontstond vulkanische activiteit en de vulkanen van de Cantal, Monts Dore en anderen ontstonden. De ijstijden kapselden de vulkaantoppen in, en door de gletsjers werden de koppen langzaam maar onverbiddelijk weer afgeschild en diepe keteldalen ('cirques') ontstonden. De vulkaan keten van de Monts Dôme is nog veel jonger en tussen 100.000 en 5.000 v Chr. ontstaan. Deze toppen zijn daarom nog minder aangetast door de erosie. De vulkanen zijn nu ingeslapen; de laatste vulkanische verschijnselen die nog kunnen worden waargenomen zijn de warm water bronnen waar de Auvergne bekend om is.

Vulkaanresten in vele vormen
In het gebied van het Parc naturel régional des volcans d'Auvergne komt veel vulkanisch gesteente voor. Aan de oppervlakte in de vorm van boomloze lava vlakten en allerlei vormen en resten van vulkaankegels.
De resten van vulkaanuitbarstingen vertonen allerlei verschillende vormen: koepelvulkanen die van boven zijn afgerond; de ingestorte krater (Puy de la Vache

 bijvoorbeeld); de kransvulkaan waarbij om de jonge top de oude kraterrand te zien is. Veel oorspronkelijke vulkaankegels zijn na enorme erupties opgesplitst in verschillende pieken (bijvoorbeeld het Cantal massief). Ook komen kraterpijpen voor waar het zachtere gesteente dat erom heen zat is weggesleten. De zogenaamde 'orgelpijpen' (orgues) zijn peilers van basalt en ontstonden weer toen de lavamassa na stolling ging krimpen en uiteen brak in zuilen (bijvoorbeeld bij Bors-les-Orgues).
In de Monts Dore vallen vooral de oude explosiekraters op die nu met water gevuld zijn (bijvoorbeeld het Lac Pavin). Andere meren werden gevormd doordat basalt langs de vulkaanhellingen naar beneden stroomde en de dalen waar de rivieren liepen barricadeerden (bijvoorbeeld het Lac Chambon).

Klimaat
De Auvergne kent strenge winters en vrij warme zomers. In het hoogseizoen kan het vooral op de laagvlakten en in de dalen heet zijn. In de bergen en op de hooggelegen plateaus is er bijna altijd wel een koele wind om de zonnewarmte te verzachten.
Ook kan temperatuurinversie optreden, op de top van de Mont Dome bijvoorbeeld kan het soms vele graden warmer zijn dan aan de voet!
's Winters een sneeuwparadijs (langlaufen), al kunnen er ijskoude noordenwinden over het plateau gieren. In de herfst is het weer wisselvallig, niet zo zeer wat betreft regen maar wel wat de temperatuur betreft.
De hoeveelheid neerslag verschilt: aan de westelijke kant van de Monts Dore valt 2200 mm regen per jaar, aan de oostelijke kant (St. Nectaire) slechts 500 mm.

Regionale natuurparken
De streek kent twee van noord naar zuid lopende regionale natuurparken die worden gescheiden door de Vallée d'Alier, waar ook de autosnelweg naar het zuiden doorheen loopt. Regionale natuurparken worden minder streng beheerd dan de nationale parken (zoals dat van de Cevennen), kennen geen of nauwelijks wegen of bevolking, en heel veel natuur (maar vaak veel van hetzelfde). In een nationaal park komt nog echt ongerepte natuur voor. In een regionaal park worden de flora en fauna wel beschermd maar is er ook aandacht voor (behoud van) cultuur en folklore. Deze zijn kleinschaliger en afwisselender door de menging van natuur en cultuurland.

De tocht vond plaats in het 'Parc naturel régional des volcans d'Auvergne' dat de westelijke helft beslaat. Het is van noord tot zuid 120 km lang, heeft een oppervlakte van een kleine 400.000 ha, en telt 153 gehuchten en dorpen met 92.400 inwoners. Er zijn drie vulkaanketens:
Noordelijk de Monts Dome, direct ten westen van Clermont-Ferrand, met de Puy de Dôme als hoogste punt (1.464 m). Het zijn geologisch gezien zeer jonge koepelbergen.
Net noordelijk van het midden de tamelijk kale Monts Dore rond de Puy de Sancy (1.885 m), doch bieden ook beschutte landschappen met talrijke meerjes daartussen. Deze zijn ouder dan de Monts Dome, de gletjers hebben in de ijstijd een km van de toppen afgesleten, de Puy de Sancy was oorspronkelijk 2.500 m.
Helemaal in het zuiden de concentrisch aflopende hellingen van de Monts du Cantal rond de Puy de Mary (1.767 m), met daartussen straalsgewijze uitlopende valleitjes, een wat meer begroeid landschap dan het 2e gebergte.
Tussen de tweede en de derde bergketen ligt de hoogvlakte van Artense, en het bergplateau van Cezallier.

In de oostelijke helft van de Auvergne ligt het 'Parc naturel régional Livradois-Forèz' dat veel minder open is door de talrijke en steeds dichter groeiende bossen.

Flora en fauna
Sinds de 13e eeuw is in de Auvergne het bos massaal gekapt. Toch zijn er nog eindeloze dennevelden, eiken en pijnbomen (Livradois-Forez), maar ook veel weiden waar behalve runderen ook andere dieren voorkomen. Bijvoorbeeld hagedissen, die weer door slangenarenden worden belaagd. Kiekendieven, torenvalken, (rode) wouwen, koolmezen, wielewalen en de grauwe klavier bevolken het luchtruim.
De mensen leven vooral in de dalen. Op de basalt plateaus leven nog enkele kudden zo'n vier maanden per jaar in de buitenlucht. Vooral 's nachts zijn op de vulkanische gronden ook andere viervoeters actief: herten, reebokken, zwijnen, maar ook steenmarters, genetkatten en dassen.
Vooral op en rond het massief van de Cantal in het zuiden zijn zeldzame bloemen en planten te zien, zoals het standelkruid. Maar het heidekruid, de gentianen en de campanula mogen er ook zijn. Ten zuiden van de Cantal komen kastanjebossen voor.

 

660 km
025 km

Kuurne - Châtelguyon
Châtelguyon -
Clermont-Ferrand